zaterdag 31 oktober 2026

Internationale Dag van de Stad

Veel mensen geven de voorkeur aan de rust van het platteland, maar de stad heeft natuurlijk ook grote voordelen. Sterker nog, de voordelen zijn zo groot dat de Verenigde Naties 31 oktober hebben uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Stad.

Als ik zo'n themadag als inspiratiebron gebruik, vind ik het altijd leuk om even te graven in de platencollectie en stel ik de vraag: "hoe vaak komt dat thema eigenlijk terug?" Wat blijkt? Ik heb wel 148 nummers met het woord city in de titel in de kast staan. De keuze voor vandaag was dus enorm, maar ik heb de zoekopdracht flink verkleind en ben gaan zoeken naar albums met city in de titel.

Dan hou ik er nog altijd zo'n tien over, en de keuze is gevallen op het fantastische album City to City van Gerry Rafferty uit 1977.

We kennen Rafferty natuurlijk in de eerste plaats als een van de oprichters van de Schotse folkrockformatie Stealers Wheel. Samen met Joe Egan vormde hij de motor achter het succes, met als hoogtepunt hun titelloze debuutalbum. Dat album deed het indertijd heel erg goed in Nederland, mede dankzij heerlijke hits als "Late Again" en het onverwoestbare "Stuck in the Middle with You".

Veel meer dan een paar albums werden het echter niet; Stealers Wheel ebde na verloop van tijd letterlijk weg. Rafferty had daarvoor al wat solo-albums gemaakt en koos in 1977 definitief voor een solocarrière.

Die carrière liep achter de schermen echter verre van soepel. Het was op z'n zachtst gezegd nogal rommelig. Ruzies met Egan, een diepe afkeer van het touren en optreden, een vechtscheiding en regelmatig grote problemen door zwaar alcoholgebruik.

Toch wist Rafferty een aantal wonderschone albums te maken, waaronder deze City to City. Luisterend naar dit warme, prachtig geproduceerde album zou je bijna niet geloven hoeveel persoonlijke ellende en demonen er destijds achter schuilgingen. Dit album staat bol van de kwaliteit, met naast de heerlijke titelsong ook het fenomenale "Baker Street" en nog een aantal andere pareltjes.

Uiteindelijk overleed Gerry Rafferty op 4 januari 2011 aan de gevolgen van het falen van zijn organen, direct veroorzaakt door jarenlang overmatig alcoholgebruik. Hij werd slechts 63 jaar oud. Hoe schitterend en tijdloos de muzikale erfenis ook is die hij ons heeft nagelaten: 63 is natuurlijk veel en veel te jong.

Reden te meer om vandaag, op de Internationale Dag van de Stad de keuze te laten vallen op City to City.

woensdag 28 oktober 2026

Connor Selby in Luxor Live Arnhem

Bij de UK Blues Awards werd Connor in 2020, 2021 en 2022 uitgeroepen tot "Young Artist of the Year". En in 2025 kreeg hij de prijs voor "Traditional Blues Artist of the Year".

Als liefhebber van blues voor mij reden eens te onderzoeken wat Connor allemaal te bieden heeft. Zo ontdekte ik eind vorig jaar dat dit jonge talent al een tweetal albums had gemaakt. In 2021 verscheen zijn debuut dat gewoon de titel Connor Selby kreeg. Dat was gelijk een dubbelalbum en dan weet je dat de platenmaatschappij vertrouwen in je heeft.
Dat album een paar keer online beluisterd en ik was diep onder de indruk. 


Vorig jaar zomer verscheen de opvolger met als titel The Truth Comes Out Eventually. Dat album heb ik eerder dit jaar gekocht en na een paar draaibeurten was ik helemaal fan! 
Zo fan dat ik deze gast een keer live wilde zien. Dus ik op de website van Connor Selby gekeken. Daar stonden op dat moment alleen concerten voor de UK gepland.
Dus ik op de Facebookpagina van Connor op een bericht van een UK concert een reactie geplaatst: 'Love your albums and please visit Holland'.


Precies op dat moment werd de agenda voor een DE & NL tour vrijgegeven............

Allemaal niet om de hoek, maar vanavond zijn we direct na het werk naar Arnhem gereden. Precies op dat traject een ongeluk met een stevige vertraging, maar we waren op tijd in Arnhem. Het ritje was dik de moeite waard.

We zijn een kleine twee uur getrakteerd op heerlijke blues. Stevige blues, slow blues, blues met een vleugje funk en blues met een scheutje jazz.

Connor speelde met zijn band een wat stevigere set dan we op zijn platen aantreffen en dat was een geweldige zet. Als ik live precies een album krijg voorgeschoteld kan ik net zo goed thuis het album draaien.
De nummers werden net wat steviger gespeeld en dat zorgde ook voor wat meer intensiteit waar je bij een optreden ook naar verlangd. Dat werd nog eens versterkt door de kleine intieme zaal. Heerlijk om dat mee te mogen maken, maar Connor en zijn band verdienen het echt op een veel groter podium te staan. 

Van mij mag hij wel en keer in Paradiso optreden, maar als Rotterdammer zou ik De Doelen ook wel een fijne keuze vinden. Hopelijk neemt hij dan dezelfde band mee, want die samenwerking was echt subliem.

Geweldige muzikanten en Connor gaf zijn collega's meermaals de ruimte om te laten zien waarom ze met hem op het podium staan.

Na afloop bij Connor zijn debuutalbum gekocht. Leuk om dat bij zo'n artiest zelf te doen en hij kan er beter aan verdienen dan de platenwinkel. Hoes heeft hij getekend en leuk om even contact met hem te hebben. Sympathieke gast die heerlijk kan zingen, de gitaar kan laten janken maar ook razend snel losse noten kan spelen. Connor is wat mij betreft op alle fronten een talent en hoe heerlijk intiem dit optreden ook was............ik gun hem en zijn band echt een veel groter podium! Dit talent is dat waard!

Connor treed de komende drie dagen nog op in Nederland dus grijp je kans:

50 jaar Best Of The Doobies

Het was in de winter van 1973–1974. Het fantastische album The Captain and Me had ik destijds al grijsgedraaid toen ik naar mijn eerste grote concert ging. The Doobie Brothers stonden in de grote zaal van De Doelen in Rotterdam. Nog onder de pukkels en ik woonde nog bij mijn ouders in Overschie. Ik ging samen met een vriend die ook in Rotterdam woonde. Dat we allebei uit Rotterdam kwamen, kwam erg goed uit, want het duurde een eeuwigheid voor de heren eindelijk het podium betraden!

Op mij als jonge snaak maakte het een verpletterende indruk om midden in de nacht, omringd door een flinke wietlucht, naar een Amerikaanse rockband te zitten kijken. Vooral van die dubbele bezetting op de drums smulde ik. 
Dat zie je vandaag de dag nog steeds terug in mijn platencollectie want 
ik heb opmerkelijk veel albums van bands die meerdere drummers/percussionisten in de line-up hebben.

Morgen is het precies vijftig jaar geleden dat Best of The Doobies verscheen. Zelf ben ik normaliter nooit zo'n enorme fan van the best of- en greatest hits-albums. Zelf heb ik veel liever de muziek zoals de artiest het oorspronkelijk als album heeft bedacht. Aan de andere kant snap ik natuurlijk heel goed waarom dit soort compilaties zo populair zijn, want je krijgt in één klap een hoop hits voor je centjes.

Deze Best of The Doobies is bovendien 'recent' als een soort 'paard van Troje' mijn collectie binnengekomen. Ik had een paar keer een kleine platencollectie overgenomen, en daar zat deze tussen. Wat ik van zo'n partij niet heel boeiend vind, verkoop ik doorgaans weer door, maar dit bleek simpelweg een ijzersterke en erg geslaagde verzamelaar.

Uiteraard met nummers zoals "China Grove", "Long Train Runnin'" en "Listen to the Music". Vooral die laatste blijft wat mij betreft een absolute kanshebber hymne te worden van de muziekwereld. 
Heb je een dip?
Gewoon direct dit nummer opzetten en het wijze advies in de tekst de rest van de dag opvolgen!

Een erg goede keuze op dit album vind ik het nummer "Jesus Is Just Alright". Deze cover van Arthur Reynolds (1966?) werd in eerste instantie bekend door The Byrds, die het opnamen voor hun album Ballad of Easy Rider en het in 1969 tevens op single uitbrachten. Dat voorbeeld werd in 1972 op schitterende wijze gevolgd door The Doobie Brothers.
De Doobies spelen voornamelijk hun eigen werk,
maar ik ben erg enthousiast over hoe ze deze cover hebben aangepakt. Ondanks dat ik een groot fan van The Byrds ben, vind ik de versie van The Doobies stiekem toch een tikkie beter. Toch?

Best of The Doobies is zelfs na vijftig jaar nog een absolute aanrader. Met een beetje zoeken is hij voor niet teveel geld te vinden, want er zijn er destijds gigantisch veel van verkocht. In de Verenigde Staten gingen er maar liefst tien (!!!) miljoen exemplaren over de toonbank! Ter vergelijking: pas het achtste album van The Beatles wist in de VS meer exemplaren te slijten.

Overigens lijken die tien miljoen exemplaren veel, maar er is altijd een baas boven baas. Eagles: Their Greatest Hits (1971–1975) ging alleen al in de VS maar liefst veertig (!!!) miljoen keer over de toonbank. Vier maal diamant dus.

Maar vandaag gaat het even niet over de Eagles, maar lekker over de Doobies. Neem hun advies dus vandaag allemaal even ter harte: Listen to the music.

zaterdag 24 oktober 2026

Bill Wyman 90 jaar

Net zoals heel wat andere bassisten heeft Bill Wyman nooit op de voorgrond willen staan. Muziek maken zat er echter al heel jong in. Tijdens zijn diensttijd werd hij geplaatst in Duitsland, waar hij in zijn vrije tijd kennismaakte met de opkomende rock-'n-roll.

Terug in de UK speelde hij in een bescheiden bandje, maar hij werd al vrij snel gevraagd om bij The Rolling Stones bassist Dick Taylor te vervangen. De Stones hadden op dat moment overigens nog geen  album uitgebracht. Wyman zou uiteindelijk spelen op alle studioalbums tot en met Steel Wheels uit 1989. Een paar na dit album verliet hij de band officieel. Wyman was wel een beetje klaar met het drukke tourschema, de energievretende wereldtournees en het constante circus wat rond een band als de Stones hangt.

Wyman is na zijn vertrek nooit vervangen door een officieel nieuw 'bandlid'. Waarschijnlijk werd in die jaren gedacht dat het na Steel Wheels toch niet heel lang meer zou duren. Bovendien had Mick Jagger zich ontwikkeld tot een slimme zakenman die donders goed wist dat hij de nalatenschap van de band niet te veel moest laten verwateren.

Voor zijn vertrek bij de Stones had Wyman trouwens al een paar hele aardige solo-platen gemaakt, waaronder Monkey Grip uit 1974. Op dat album speelt een keur aan gastmuzikanten mee die je niet direct bij elkaar zou verwachten. Daarbij opvallend veel namen uit de hoek van Crosby, Stills, Nash & Young, zoals Dallas Taylor en Joe Lala. Andere bijzondere gasten op die plaat zijn Leon Russell, Dr. John en George McCrae.

Niet al Wyman's solo-avonturen waren even succesvol en het album Stone Alone uit 1975 was helaas zwaar onder de maat. Wyman had voor die plaat nóg meer muzikanten opgetrommeld, maar die overdaad zorgde voor een heel rommelig en stuurloos geheel. Waar iemand als Jagger zo'n muzikaal kippenhok wel in bedwang weet te houden, is Wyman daar toch te introvert voor.

Gelukkig maakte hij dat in 1982 ruimschoots goed met de plaat die simpelweg Bill Wyman heet. Met aanzienlijk minder gasten in de studio en een strakke focus op de productie leverde dat een puik viersterrenalbum op.
Naast zijn solo-werk maakte Wyman tussen 1997 en 2004 ook nog eens een zestal heerlijke albums met zijn Rhythm Kings.

Hoewel Wyman zich prima vermaakte op deze nieuwe muzikale paden, was de liefde voor de Stones nooit ver weg. Op het Stones-album Hackney Diamonds horen we hem op het nummer "Live by the Sword" ouderwets een heerlijk potje bas spelen. 
Om een jaar later op 88-jarige leeftijd nog het soloalbum
Drive My Car uit te brengen, dat overal uitstekende recensies kreeg. Fijn ouder worden zo en een indrukwekkende prestatie!

Om de negentigste verjaardag van Bill te vieren, heb ik een bijzondere box uit de beginperiode (de Decca-jaren) van de Stones uit de kast getrokken. De box bevat vier platen met nagenoeg allemaal nummers die nooit op de officiële studioalbums zijn verschenen en dus veel b-kantjes van singles en alternatieve versies.

De belangrijkste reden dat deze box ooit in mijn collectie is beland, is de zeldzame Italiaanse versie van "As Tears Go By" ("Con Le Mie Lacrime"). Dat nummer verscheen destijds wel op single, maar is als origineel singletje nauwelijks voor een normaal bedrag te bemachtigen.

Acht kantjes Stones met niet-alledaagse nummers op de draaitafel...

Bill, Happy 90th Birthday!


donderdag 22 oktober 2026

50 jaar The Song Remains the Same

Officieel werd dit legendarische album dat vandaag zijn 50e verjaardag viert in de markt gezet als een soundtrack. De eerste versie van deze live-dubbel-lp, die in 1976 verscheen, is wat mij betreft echter wat matig qua geluidskwaliteit. Led Zeppelin is altijd een absoluut fenomenale live-act geweest, maar op de originele versie van dit album komt die live-magie wat mij betreft onvoldoende uit de verf.

Natuurlijk is het allemaal heel, héél goed gespeeld, en zou menig andere band hier jaloers op zijn. Maar het is niet het absolute meesterwerk dat Led Zeppelin in die jaren live op de planken legde.

Het dubbelalbum, opgenomen tijdens hun befaamde optredens in Madison Square Garden, bevat natuurlijk de klassiekers zoals "Rock and Roll", "Stairway to Heaven" en "Whole Lotta Love". Een nummer als "Dazed and Confused" krijgt extra veel ruimte en beslaat met bijna 25 minuten maar liefst een hele lp-kant! Ook mag drummer John Bonham soleren in een bijna dertien minuten lange uitvoering van "Moby Dick".

Wat mij betreft had dit het ultieme signatuuralbum van Led Zeppelin kunnen worden, maar naar mijn idee hebben de technici destijds toch een beetje zitten pitten. Ik kan er soms moeilijk de vinger achter leggen, maar het klinkt net of de microfoons ergens achterin de zaal in plaats van op het podium stonden.

Gelukkig bracht de tijd beterschap. De heruitgave uit 2007 schijnt een stuk beter te klinken en bevat ook een aantal extra nummers. En in 2018 verscheen er nog een definitieve remaster waar niemand minder dan gitarist Jimmy Page persoonlijk mee aan de slag is gegaan. Die versie schijnt wél dik in orde te zijn.

Overigens heeft die ietwat ongelukkige geluidskwaliteit (of beter gezegd: het geluidsbeeld) nauwelijks effect gehad op het commerciële succes van dit album, want de fans liepen er destijds massaal voor warm. In de VS haalde het album maar liefst viermalig de platinastatus, en in thuisland Groot-Brittannië leverde het eveneens een platina schijf op. Deze dubbele lp zit overugens wel in een ontzettend fraaie klaphoes!

De originele 1976-versie is absoluut niet slecht, maar ondanks dat ik een megafan van Led Zeppelin ben, ziet dit album de schijvendraaier hier maar zelden. Een dikke plus voor de vier bandleden, maar een zeer kritische duim omlaag voor degene die destijds aan de knoppen zat.

woensdag 21 oktober 2026

50 jaar In The Year Of The Cat

Aan dit heerlijke album heb ik op deze blog al eens eerder aandacht besteed, maar In the Year of the Cat verdient bij zijn 50e verjaardag simpelweg om nog eens in de schijnwerpers te staan. Vandaag (releasedatum was 22/10/1976) daarom een bijgewerkte en verrijkte versie van dat eerdere verhaal!

In the Year of the Cat was het zevende studioalbum van Al Stewart en in alle opzichten een belanrijk moment in zijn carrière. Stewart was net overgestapt naar een andere platenmaatschappij, en om dan direct zo'n wereldsucces te scoren moet een geweldige opluchting zijn geweest. 
In de Verenigde Staten en Canada behaalde de plaat op z'n sloffen de platinastatus,
en ook wereldwijd was het album een gigantisch succes. Het album stond garant voor een tweetal hits. Zowel "On the Border" als de geweldige titelsong werden in Nederland een hit en staan tot op de dag van vandaag vastgeroest in onze Radio 2 Top 2000.

Het album sloeg meteen enorm aan, en dat had alles te maken met de toegankelijke poprock, prachtig verweven met enkele subtiele folkinvloeden. Later in zijn carrière is Stewart muzikaal steeds meer opgeschoven naar wat meer folk en folkrock. Commercieel gezien misschien niet zijn meest briljante zet, maar liefhebbers van dit genre heeft hij sindsdien wel meer dan eens getrakteerd op schitterende platen.

Een mooi voorbeeld daarvan is het album Sparks of Ancient Light uit 2008: een plaat die net zo lekker wegluistert als In the Year of the Cat, maar dan met een duidelijk meer folkinvloeden. Het is sowieso beslist de moeite waard om eens wat recenter werk op te zoeken avn Stewart. Vooral wat hij deze eeuw heeft gemaakt! Stewart blijft een prima zanger met echt een fijne stem, een goede gitarist en een uitstekende songwriter. In de teksten van Stewart ook regelmatig oog heeft voor maatschappelijke en historische aspecten.

Stewart vindt bovendien dat zijn platen niet zomaar in een saaie hoes gestopt mogen worden. Nagenoeg alle hoesontwerpen van zijn albums zijn stuk voor stuk prachtige kunstwerken en soms ware zoekplaatjes. Dat geldt zeker ook voor de iconische hoes van In the Year of the Cat, die werd ontworpen door het legendarische ontwerpbureau Hipgnosis. En alsof dat nog niet genoeg was, werkte er nog een grote naam aan mee want de productie van het album werd namelijk verzorgd door niemand minder dan Alan Parsons!

Zelf heb ik van In the Year of the Cat trouwens een bijzonder exemplaar in de kast staan: de Spaanse persing, met als ondertitel El Año Del Gato. Muzikaal is de plaat natuurlijk exact hetzelfde, maar in het Spanje van die jaren werd de titel en tracklist netjes in het Spaans vertaald op de hoes en het label. Leuke details voor de verzamelaar maar het gaat natuurlijk vooral om de muziek en daar is in dit geval niks mis mee!

dinsdag 20 oktober 2026

Dag van de Statistiek

Leuk om los te laten op je eigen collectie. Werkelijke aantallen doen er niet toe maar ik heb zeven keer meer lp's dan cd's........... 7 inch singeltjes slechts twee dozijn. Waar ik inmiddels wel een nier aan ben kwijtgeraakt zijn de boxen die in de collectie zitten.

Toen ik 55 jaar geleden begon met platen kopen was er altijd de vraag: "Beatles of Stones?".

Hier is het antwoord:

Plaatje laat gelijk zien hoe matig AI nog is. Ik had echt een heel goede prompt gemaakt. De albums even echt opstapelen was sneller gegaan, maar ik was ook wel benieuwd wat AI hier van ging maken. 

maandag 19 oktober 2026

50 jaar My Spanish Heart - Chick Corea

De een zal het een absoluut meesterwerk vinden, terwijl een ander zich nauwelijks door de twee lp's heen weet te worstelen. Toen dit album vijftig jaar geleden verscheen, was ik zelf eigenlijk nog niet helemaal toe aan deze smeltkroes van jazz en rock.

Santana, Chicago, Blood, Sweat & Tears en Steely Dan vond ik indertijd al wel geweldig, maar mijn muzieksmaak moest nog rijpen voor artiesten als Al Di Meola en Chick Corea.

Op mijn werk, bij de wielerclub en tijdens mijn militaire dienst kwam ik echter in contact met jongens die er net wat andere muzieksmaken op nahielden en andere platen in de kast hadden staan. Zo hoorde ik voor het eerst platen van Al Di Meola en Chick Corea. Vandaag wat aandacht aan My Spanish Heart, een album dat deze maand zijn vijftigste verjaardag viert.
Het is een zeer uitdagend luisterwerkje, maar heb je eenmaal je hart ervoor opengezet, dan blijkt deze dubbelaar een weergaloos meesterwerk te zijn.

Sublieme melodieën, complexe tempowisselingen en bijzondere klanken vloeien in elkaar over. Waar Corea natuurlijk steevast in het hokje van de jazz-fusion wordt geplaatst, bevat dit album daarnaast een sterke flirt met latin, maar zeker ook met progressieve rock.

My Spanish Heart voelt voor mij een beetje aan als een film met heel veel plotwisselingen. Soms zijn die wisselingen een tikkeltje ongeloofwaardig, zeker bij de eerste luisterbeurten wanneer je ineens in een heel 'andere scène' belandt. Daarnaast waren bepaalde muziekinstrumenten zoals de diverse vroege Moog-synthesizers in 1976 nog ontzettend experimenteel. Artiesten waren volop aan het uitzoeken hoe je zoiets nu precies moest inzetten. Die zoektocht zorgde soms wel eens voor een lichte overkill, en misschien is dat ook de reden waarom dit album net geen allemansvriend of klassieker is geworden.

Wil je echter een tijdreis maken naar de kraamkamer waar talloze muzieksoorten en experimentele instrumenten elkaar vonden? Dan is My Spanish Heart nog altijd een avontuurlijke en indrukwekkende ontmoeting.

woensdag 14 oktober 2026

50 jaar Tales Of Mystery And Imagination

Dit jaar viert dit geweldige debuut van The Alan Parsons Project zijn vijftigste verjaardag. Alan Parsons en zijn muzikale maatje Eric Woolfson wisten overigens al heel goed de weg naar de studio toen ze aan dit project begonnen. 

Alan Parsons kenden we begin jaren 70 natuurlijk vooral als de briljante geluidstechnicus achter The Dark Side of the Moon van Pink Floyd. Parsons was destijds niet zomaar iemand die op de startknop van het tapedeck drukte, maar speelde een cruciale en zeer creatieve rol bij het creëren van de iconische geluidseffecten en de weergaloze mix.

Liefhebbers zoals ik keken in het voorjaar van 1976 dan ook reikhalzend uit naar dit debuut. Album lag amper een week in de winkel en lag het bij mij op de draaitafel. Teleurstellingen bleven uit, want zowel de vakpers als de schare fans reageerden laaiend enthousiast. Zelf heb ik het album die hete zomer van 1976 werkelijk grijsgedraaid. 

Groot commercieel succes bleef voor dit album in eerste instantie echter uit en het bleef aanvankelijk toch vooral een plaat voor fijnproevers. Pas toen The Alan Parsons Project later meerdere albums had uitgebracht, kreeg dit debuut alsnog de brede aandacht onder het grote publiek.

In 1987 verscheen er een speciale remix, met onder andere een gesproken bijdrage van Orson Welles. Omdat de band inmiddels hits had gescoord met nummers als "Old and Wise", stond die heruitgave ineens vol in de schijnwerpers en verscheen het album alsnog in de Nederlandse albumlijsten.

In 2007 bracht de platenmaatschappij een luxe dubbel-cd uit met het originele album, de 1987-remix en acht bonustracks. Toen het grote publiek de smaak eenmaal te pakken had, volgde in 2016 ook nog een 40th Anniversary Edition in de vorm van een rijkgevulde 3-cd-box. Er zijn in de loop der jaren talloze varianten verschenen en zo verscheen er recent een 50 anniversary editie. Liefhebbers en verzamelaars krijgen er duidelijk geen genoeg van.

Tales of Mystery and Imagination had misschien een zetje nodig om een echte klassieker te worden, maar wordt inmiddels overal gezien als een onbetwist meesterwerk.

Zelf heb ik geen luxe of jubileumboxen in de kast, maar de oer-versie op gewoon zwarte vinyl verveelt na al die jaren nog steeds geen moment.

dinsdag 13 oktober 2026

Paul Simon 85 jaar

De vandaag jarige Paul maakt al een mensenleven lang muziek. Hij heeft dan ook een zeer indrukwekkende catalogus bij elkaar gezongen, zowel als soloartiest als natuurlijk in de jaren zestig aan de zijde van zijn maatje Art Garfunkel.

Die legendarische samenwerking leverde slechts vijf studioalbums op. Plus natuurlijk dat fenomenale dubbele livealbum dat in de late zomer van 1981 werd opgenomen in Central Park in New York.

Als soloartiest heeft Paul inmiddels een stuk of vijftien studioalbums op zijn naam staan, aangevuld met diverse liveplaten. Het aantal singles is helemaal duizelingwekkend, om nog maar te zwijgen over de nodige verzamelalbums en luxe boxsets.

Na een lange werkdag, met een goede whisky erbij en de regen zachtjes op de achtergrond, kies ik vandaag voor Pauls officiële solodebuut: The Paul Simon Songbook. 
Albums als Graceland, Still Crazy After All These Years en There Goes Rhymin' Simon worden doorgaans beschouwd als zijn artistieke hoogtepunten, maar dit debuut uit 1965 verdient absoluut een plek in de schijnwerpers. Het is soms wat ingetogen en sober, maar het wordt gebracht met een enorme en oprechte overtuiging.

Het album dat destijds bij Levy's in Engeland werd opgenomen verscheen in eerste instantie niet in de Verenigde Staten. Hoe dat commercieel en artistiek precies is gelopen, is altijd een beetje een raadsel gebleven. Iemand wel details? Laat gerust een reactie achter.

Dat neemt niet weg dat dit een ontzettend fijn album is om de herfstavond mee in te luiden.

Happy Birthday, Paul!


zondag 11 oktober 2026

50 jaar Arrival

Het is bijna onwaarschijnlijk dat nummers als "Dancing Queen" en "Money, Money, Money" er inmiddels al vijftig jaar op hebben zitten. Zelf heb ik vroeger nooit platen van ABBA gehad, maar mijn lief bracht een hele aardige collectie in toen we gingen samenwonen. Van de officiële studioalbums ontbraken er destijds nog een paar, en dat kon ik als verzamelaar natuurlijk niet over mijn hart verkrijgen...

Zelf zet ik uit mezelf niet snel een elpee van ABBA op, maar als mijn vrouw mijn haar knipt, gaat er steevast een plaat van het Zweedse viertal op de draaitafel. Ze houdt echt wel van me, maar met zo'n scherpe schaar in haar handen vind ik nummers als "Careful with That Axe, Eugene" van Pink Floyd gevoelsmatig toch wat minder geschikt...

Arrival verscheen vandaag precies vijftig jaar geleden. Het was het vierde studioalbum van ABBA en de groep was tegen die tijd natuurlijk al ruimschoots gearriveerd. Toch denk ik dat deze plaat een enorme stap voorwaarts was—net weer een treetje hoger op de ladder. Uiteraard is het nog steeds pop van de allerbovenste plank, maar met "Dancing Queen" werd wel een van de allerbeste Eurodisco-tracks ooit gelanceerd. Het was de eerste single van Arrival en werd een gigantische megahit; in het VK behaalde "Dancing Queen" maar liefst viermaal de platinastatus.

"Money, Money, Money" werd de tweede single en ook dat werd een grote hit. Weliswaar wat kleiner dan "Dancing Queen", maar bij een tweede single kiezen veel fans er toch voor om gewoon het hele album aan te schaffen. Dat werd wereldwijd dan ook massaal gedaan: in talloze landen schoot Arrival rechtstreeks naar nummer 1 in de albumlijsten.

In de periode dat Arrival uitkwam, had ABBA ook een wereldhit met "Fernando". Voor de thuismarkt werd er zelfs een Zweedstalige versie opgenomen. Toch verscheen dat nummer oorspronkelijk niet op het officiële studioalbum. Bijna niet, althans: in Australië en Nieuw-Zeeland werd "Fernando" namelijk wél aan de tracklist van Arrival toegevoegd. Dat had een bizar effect op de verkoopcijfers: in Australië ging de plaat bijna een miljoen (!!!) keer over de toonbank. Dat komt er simpelweg op neer dat bij 1 op de 3 Australische gezinnen de plaat in de kast stond!

Bij het 30-jarig jubileum van het album verscheen een fraaie Deluxe Edition met zes bonustracks, waaronder een Engelse, Zweedse en Spaanse versie van "Fernando", plus Spaanse uitvoeringen van "Dancing Queen" en "Knowing Me, Knowing You". Smullen voor eche fans!

Of het nu je persoonlijke smaak is of niet: Arrival is gewoon een absolute vijfsterrenplaat. ABBA zette met dit album overduidelijk de toon voor een aantal grote muziekstromingen die het in de jaren daarna enorm goed zouden gaan doen.

zondag 4 oktober 2026

Massada in The Cube

Gisteravond zijn we naar een optreden van de Molukse band Massada geweest, en het was in één woord geweldig. Sterker nog: ik werd er zelfs een beetje emotioneel van. De pure gedrevenheid van de band en het diepe respect dat de bandleden voor elkaar hebben, spatten echt van het podium af. 

Energie! Eigenlijk: ENERGIE!

Ik kon na afloop eigenlijk maar aan één ding denken: waarom staat deze fantastische band niet veel vaker op een véél groter podium?

Het was niet de eerste keer dat ik Massada zag spelen. Ik heb ze door de jaren heen al vaker gezien; de allereerste keer was in Eksit (Exit) in Rotterdam, op 25 oktober 1975! Daarna heb ik ze nog regelmatig op verschillende kleinere festivals bewonderd.

Vooral de loodzware bezetting van de percussiesectie heeft mij altijd ontzettend aangesproken. Liefhebbers van slagwerk werden gisteravond in The Cube dan ook royaal getrakteerd op een daverende show. De percussiemannen maakten op mij de meeste indruk. Wat die gasten doen is wat mij betreft absolute topsport!

Dat neemt niet weg dat de gitaristen, de bassist, de toetsenist en de achtergrondzang er maar een beetje voor spek en bonen bij stonden. Zeker niet. Frontman en oprichter Johnny Manuhutu zorgde er persoonlijk voor dat iedereen volop in de spotlights kwam te staan, en het was prachtig om te zien hoe intens hij daar zelf van stond te genieten.

Niet alleen zijn bandmaatjes wist hij optimaal bij de show te betrekken, maar ook de zaal. Of het nu ging om een jarige in het publiek of om vrienden die al vanaf de prille begindagen bij de band betrokken zijn: iedereen deed mee.
Tussen de nummers door nam Johnny ons mee in de indrukwekkende historie van Massada en de maatschappelijke ontwikkelingen waarin die zich afspeelde. Dat werd op een prachtige wijze ondersteund met historische beelden.

Een band met het muzikale vakmanschap van Massada verdient uiteraard een gigantisch podium. Toch was juist door deze persoonlijke en warme benadering The Cube de perfecte zaal. Intiem en intens.

DANK!