Als critici het unaniem met elkaar eens zijn, kan een album doorgaans best heel goed zijn. Toch blijf ik dan juist extra alert. Vaak hebben we in zo'n geval namelijk te maken met een 'PPP-album': Pizza, Patat en Pannenkoeken! Iedereen lust het wel, maar echt spannend is het zelden.
Juist de albums waar de meningen en waarderingen wat verder uit elkaar liggen, zijn een stuk interessanter. Vaak zijn dat platen met een iets hogere opstapdrempel, die niet zelden flink afwijken van het andere werk van de betreffende artiest. Denk maar eens aan Ry Cooder en Neil Young
Deze week viert The Royal Scam haar 50e verjaardag, en dit album past perfect in die categorie van gezonde verdeeldheid. Steely Dan heeft voor deze plaat de vertrouwde mix van rock en jazz flink verschoven: iets meer rock, iets minder jazz, en een flinke portie funk.
Het album kan in de brede publieksopinie misschien net niet op tegen meesterwerken als Can’t Buy A Thrill (1972) of het latere Aja (1977). Toch zijn er genoeg diehard fans die The Royal Scam steevast op de tweede plek van hun Steely Dan-lijstje zetten. Zelf beschouw ik de plaat vooral als een geniale vingeroefening; een opmaat naar het ultieme meesterwerk Aja dat een jaar later zou verschijnen.
Op The Royal Scam horen we dus meer funk, maar op een aantal momenten ook veel gitaar-experimenten (luister eens naar de geweldige solo van Larry Carlton op "Kid Charlemagne"). Wie het album voor het eerst hoort, zal een aantal nummers direct oppakken, maar bij andere tracks wat meer uitdaging ervaren.
Zelf heb ik het album inmiddels zo vaak beluisterd dat alle nummers als thuiskomen voelen. Toch blijft "Haitian Divorce" voor mij echt megabriljant. De fraaie muzikale wendingen en de cynische, grappige tekst zijn onbetaalbaar.
Donald Fagen en Walter Becker op hun best... totdat ze een jaar later met Aja lieten zien dat ze nóg een stapje verder konden groeien.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten