Een groot aantal bluesmuzikanten dat met name begin vorige eeuw in de Mississippidelta aan de weg timmerde, heeft inmiddels een legendarische status verworven. Rijk zullen de meesten er destijds echter niet van zijn geworden. Toch zijn namen als Robert Johnson, Lead Belly, Charley Patton, Sonny Boy Williamson II en Son House onmiskenbaar verankerd in de ontwikkeling van de blues.
Helaas zijn heel veel bluesartiesten uit die beginperiode ten onrechte minder bekend geworden bij het grote publiek. Vandaag is de geboortedag van Skip James, en dat is een mooi moment om hem eens in de spotlights te zetten. Hij werd op 9 juni 1902 geboren als Nehemiah Curtis James in het plaatsje Bentonia (Mississippi). Dat bleek vruchtbare bluesgrond, want ook artiesten als Jimmy "Duck" Holmes (bekend van het Blue Front Cafe) en Jack Owens hadden hun wieg in dit minidorpje staan.
Hoewel het Blue Front Cafe absoluut een eigen blog waard is, gaat vandaag alle aandacht naar 'Skip' zoals hij al snel door iedereen werd genoemd. Tussen de twee wereldoorlogen nam Skip een aantal waanzinnig knappe nummers op, alleen werden deze destijds door het grote publiek niet omarmd. De concurrentie was in die jaren natuurlijk enorm, maar Skip verdient het beslist om met zijn heerlijke, authentieke blues in het iconische rijtje van de Deltablues genoemd te worden.
Door het uitblijven van succes liet Skip het bestaan als bluesmuzikant eind jaren '30 voor wat het was. Hij trad nog wel een heel enkele keer op, maar het duurde tot begin jaren '60 voor we weer echt wat van hem hoorden. Skip werd door een aantal bluesliefhebbers letterlijk in een ziekenhuisbed ontdekt en voor hij het wist, stond hij weer in de studio.
De oude schellakplaten hadden inmiddels plaatsgemaakt voor de moderne 33-toerenlp, en Skip zal in de studio wel even zijn ogen hebben uitgekeken. In de jaren '30 had hij een negental 78-toerenplaten gemaakt. Die bevatten aan weerszijden maar één nummer, wat je destijds natuurlijk geen volwaardige albums kon noemen. Dat echte album kwam er pas in 1965 onder de titel Greatest of the Delta Blues Singers. Wellicht een wat theatrale naam, maar het is onmiskenbaar een vijfsterrenalbum. Met de opvolgers Today! en Devil Got My Woman trakteerde Skip ons op nog een aantal heerlijke, authentieke bluesalbums.
Helaas overleed Skip kort na de release van Devil Got My Woman. Hoewel hij nog steeds geen mega-bekende naam is bij het grote publiek, kan hij onder bluesaficionados en professionele muzikanten rekenen op enorme waardering. Niet voor niets wordt er voor zijn originele schellakplaten uit de jaren '30 tegenwoordig een vermogen neergelegd, en is zijn muziek destijds veelvuldig gecoverd door moderne rockbands als Deep Purple en Cream (denk aan hun iconische versie van "I'm So Glad").
Zijn oude werk is inmiddels ook op modern vinyl verschenen. Als je een plaat van Skip James koopt, moet je dan ook goed opletten of je met zijn werk uit de jaren '30 of de jaren '60 te maken hebt. Daar zit een enorm verschil tussen. De opnames uit de zestiger jaren zijn technisch serieus beter, maar ook wat minder rauw en authentiek.
Wie voor die pure, vroege bezieling gaat, doet zichzelf een groot plezier met de verzamelaar van zijn vroege werk. Hierop staan de 18 nummers die in de jaren '30 op de negen 78-toerenschellakplaten verschenen. Een fascinerende bloemlezing van het eerste deel van zijn carrière. De hoes is direct een knipoog naar de matige geluidskwaliteit, want het ontwerp wekt de suggestie dat we hier met een oude, versleten 78-toerenplaat te maken hebben.
Dit zijn geen platen die je elke maand opzet. Het is echter wel een heerlijke collectie die je rechtstreeks meeneemt naar de kleutertijd van de blues.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten