Na zes pareltjes was dit zevende album van Led Zeppelin toch een stukje minder. Verre van slecht, maar Presence haalt niet het niveau van de voorgangers en maakt dan ook geen aanspraak op de titel 'beste Zep-album'.
Welk album dat wél is, hangt natuurlijk sterk af van aan wie je het vraagt. Puristen kiezen vaak voor het debuut (1969), terwijl hardrockliefhebbers juist voor II (1969) gaan. Zelf ben ik een groot liefhebber van III (1970). Met "Immigrant Song" is er voor mij geen enkel ander album met zo’n geweldige opener. De combinatie met een aantal songs met stevige folk-invloeden spreekt mij enorm aan.
Veel fans noemen het titelloze vierde album (IV of Untitled) dan weer hun favoriete Zep-plaat, uiteraard vooral door "Stairway To Heaven". De albums Houses of the Holy (1973) en Physical Graffiti (1975) doen het erg goed bij fans die deze platen als 'signature albums' zien. Het is zeker waar dat de band zich hier in de volle breedte presenteert, op Physical Graffiti zelfs met oosterse klanken in het overweldigende "Kashmir".
Met het album Presence werd beslist weer een poging gedaan om te laten horen wat ze allemaal in hun mars hebben. Zowel kant A als kant B begint met een geweldig nummer. Kant A gaat van start met het ruim tien minuten durende "Achilles Last Stand". Van mij hadden ze met wat improvisatie de hele kant A vol mogen spelen met dit nummer, want de rest van deze kant zakt daarna toch wat in. Menig band zou er nog steeds jaloers op zijn, maar voor deze giganten is het een tikkie minder.
Kant B begint met het sterke "Nobody's Fault but Mine". Heerlijk hoe Page en Bonham het tegen elkaar opnemen. Het daaropvolgende "Candy Store Rock" doet voor mij kant B ineens volledig inzakken.
Ik heb niets tegen rockabilly en snap de wens om een breed album neer te zetten, maar het is wat mij betreft een matig nummer. Ook "Hots On for Nowhere" is met het 'la-la-la' een mager resultaat voor een topband als Led Zeppelin. De bijna tien minuten lange bluesy afsluiter "Tea for One" weet ik dan weer enorm te waarderen.
Het album is door een auto-ongeluk van Robert Plant onder grote tijdsdruk in elkaar gezet en dat hoor je.
Presence bevat met "Achilles Last Stand", "Nobody's Fault but Mine" en "Tea for One" wel degelijk een aantal pareltjes, maar nummers als "Candy Store Rock" zorgen ervoor dat een 4/5 sterrenwaardering buiten bereik blijft.
De hoes is dan weer even briljant als alle andere hoezen van de band. De klaphoes wekt de suggestie dat je te maken hebt met een fotoalbum van de 'perfecte familie'. Achter het ontwerp van Hipgnosis zit echter een filosofische boodschap. Het inlegvel met de obelisk (ook wel 'The Object' genoemd) zal bij velen vragen oproepen. Wie echter goed naar de foto's kijkt, ziet dat die obelisk overal in miniformaat terugkeert. Het idee achter het zwarte zuiltje is dat Led Zeppelin er altijd is, ook al zijn ze er niet.
Voor mij zijn ze er sowieso altijd!
Hoewel mijn voorkeur naar andere albums uitgaat, is het vandaag toch echt de beurt aan Presence... en zo erg is dat nu ook weer niet. Integendeel!